Op 1 augustus aanstaande worden de wettelijke taken van de zeventien kenniscentra in Nederland overgeheveld naar SBB, stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Doel van deze nieuwe samenwerkingsorganisatie is om het middelbaar beroepsonderwijs strakker te laten aansluiten op de vraag naar voldoende en deskundige vakmensen op de dynamische arbeidsmarkt. Het takenpakket omvat het ontwikkelen en onderhouden van de kwalificatiestructuur, het zorgen voor voldoende en kwalitatief goede leerbedrijven en het ontwikkelen van arbeidsmarkt-, beroepspraktijkvorming- en doelmatigheidsinformatie. André Timmermans is sinds 1 januari van dit jaar algemeen directeur van SBB.

“De enorme dynamiek op de arbeidsmarkt vraagt om doeltreffend beroepsonderwijs”

Waarom worden de kenniscentra onder één dak samengebracht? Timmermans: “Deze ontwikkeling is in de eerste plaats ingegeven door politieke besluitvorming. Het kabinet wilde besparen op de gelden die naar kenniscentra gingen. Een dergelijke bezuiniging was onmogelijk te realiseren met behoud van zeventien organisaties. Bovendien wilde het kabinet af van de situatie dat publieke en private geldstromen door elkaar liepen bij de kenniscentra. Private gelden kwamen onder andere voort uit de scholing, trainingen en adviezen die zij aan bedrijven aanboden. Omdat SBB wordt gefinancierd uit publieke middelen - voor het grootste deel door het ministerie van OCW en voor een klein deel door het ministerie van EZ - nemen wij uitsluitend de publieke taken van de kenniscentra over. Sommige kenniscentra zetten hun commerciële activiteiten na 1 augustus op private voet voort.

Een derde reden waarom de politiek op een overkoepelende organisatie aanstuurde, was de behoefte aan vermindering van bestuurlijke drukte. In SBB heeft de minister nog maar één aanspreekpunt over de aansluiting tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven. Daarmee wordt de minister in aanzienlijk minder tijd van beter bruikbare adviezen en informatie voorzien. Bestuurlijk overleg tussen SBB-directie en -bestuur en de minister vindt eens per kwartaal plaats. Met de ambtelijke top voeren we frequenter overleg.”

Lijnen tussen onderwijs en arbeidsmarkt moeten zo kort mogelijk zijn

“Veel interessanter is dat de opdracht van het kabinet kansen bood om een samenwerkingsorganisatie op te tuigen die niet alleen efficiënter, maar vooral ook effectiever zou kunnen opereren”, vervolgt Timmermans. “Het was de hoogste tijd om alle mogelijke barrières in het overleg tussen bedrijfsleven en beroepsonderwijs te slechten. De arbeidsmarkt geeft een enorme dynamiek te zien. Dan weer stijgt de werkgelegenheid in de ene sector, dan weer in de andere, technologische ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op, bedrijven gaan internationaal en ook voor de beroepen zelf zijn telkens nieuwe kwalificaties vereist. Kijk bijvoorbeeld naar de detailhandel. Daar verdwijnen behoorlijk veel banen, maar tegelijkertijd verandert het soort werkgelegenheid in deze sector; er komen nieuwe, vooral IT-gerelateerde banen voor in de plaats. Het onderwijs moet deze ontwikkelingen op de voet volgen of beter nog: daar zoveel mogelijk op vooruitlopen. Voor SBB is het daarom belangrijk om de deur naar werkgevers goed open te hebben. Zij moeten ons vertellen welke ontwikkelingen er gaande en aanstaande zijn en wat dat betekent voor kwalificaties en het aanbod van scholen. De inrichting van een op de dynamiek van de arbeidsmarkt afgestemde kwalificatiestructuur is een van de belangrijkste opdrachten die de markt bij ons neerlegt. Omgekeerd is het van groot belang dat het bedrijfsleven goede stage- en leerbanen aanbiedt. Die zijn cruciaal voor het middelbaar beroepsonderwijs; leerlingen brengen daar relatief veel tijd door. Leren in de praktijk moet op hetzelfde hoge niveau plaatsvinden als leren op school. Tegenover de regionale dynamiek staat de behoefte aan stabiliteit en herkenbaarheid voor het  bedrijfsleven. Een mbo-leerling moet in het hele land kunnen solliciteren zonder dat hij zijn diploma hoeft uit te leggen. Het onderwijs moet wel inspelen op arbeidsmarkttrends, maar niet op hypes.”

Acht sectorkamers houden de vinger aan de pols

Hoe wordt het overleg tussen bedrijfsleven en onderwijs binnen SBB georganiseerd? “Een eerste belangrijke vertrekpunt daarin is dat het bedrijfsleven en het mbo elk voor 50 procent in ons bestuur zijn vertegenwoordigd. Jaarlijks leveren zij afwisselend de voorzitter en vicevoorzitter. Dit jaar is het voorzitterschap in handen van Michaël van Straalen, voorzitter van MKB-Nederland. Jan van Zijl, voorzitter van de MBO Raad, is vicevoorzitter. Met bestuurders van dit formaat mag het duidelijk zijn dat bedrijfsleven en onderwijs zwaar inzetten om de afstemming goed vorm te geven. Daarnaast zijn binnen SBB acht sectorkamers ingericht. Zij zijn te beschouwen als de spin in het web. Vertegenwoordigers uit beroepsonderwijs en bedrijfsleven maken daar op landelijk en sectoraal niveau onder andere afspraken over de uitvoering van onze wettelijke taken. Deze sectorkamers zijn: (1) Techniek en gebouwde omgeving, (2) Mobiliteit, transport, logistiek en maritiem, (3) Zorg, welzijn en sport, (4) Handel, (5) ICT en creatieve industrie, (6) Voedsel, groen en gastvrijheid, (7) Zakelijke dienstverlening en veiligheid en (8) Specialistisch vakmanschap. Zij komen eens in de zes tot acht weken bij elkaar en brengen dan in kaart of kwalificaties nog up-to-date zijn en wat het arbeidsmarktperspectief in de specifieke sectoren is.”

SBB staat midden in de arbeidsmarktregio’s

“De bevindingen van de sectorkamers krijgen een vertaalslag naar de praktijk via onze 450 opleidingsadviseurs. Deze adviseurs werken verdeeld over 35 arbeidsmarktregio’s, dus dicht bij de roc’s, aoc’s, vakscholen en leerbedrijven. Dat is een belangrijke verbetering ten opzichte van het functioneren van de kenniscentra: zij opereerden landelijk, wij organiseren de uitvoering in de regio’s. Bovendien krijgen de 235.000 leerbedrijven en circa 70 publieke en private onderwijsinstellingen hun eigen vaste aanspreekpunt binnen SBB. Voorheen hadden leerbedrijven voor hun erkenning soms wel met zeven verschillende kenniscentra te maken. Een voor de administratieve stage- en leerbanen, een voor de logistieke, enzovoorts. De vaste contactpersoon regelt alle erkenningen, zorgt dat alle binnen SBB beschikbare kennis beschikbaar wordt gesteld en signaleert mogelijkheden voor uitbreiding van het aantal stage- en leerbanen. Hij of zij kijkt tenslotte niet naar een enkel bedrijfsonderdeel, maar naar het hele bedrijf. Daar komt bij dat veel stage- en leerbanen allang niet meer strikt in één tak van sport zijn onder te brengen. Voor allerlei functies in de zorg moet je bijvoorbeeld zowel verstand van zorg als van domotica hebben. Ook voor de scholen is het prettig om één contactpersoon te hebben die hen kan ondersteunen bij het zoeken naar leerbedrijven en die hen kan vertellen welke sectoren perspectiefrijk zijn. In dat kader zijn we zelfs bezig met de ontwikkeling van een traject dat scholen in staat stelt om hun onderwijsaanbod in samenspraak met het regionale bedrijfsleven af te stemmen op regionale ontwikkelingen en innovaties. Zij kunnen zogeheten keuzedelen aan hun aanbod toevoegen, die in principe binnen drie maanden in de kwalificatiestructuur kunnen worden opgenomen. In het tuinbouwonderwijs kan zo’n regionale opleidingsmodule bijvoorbeeld worden ontwikkeld voor een specifieke, regiogebonden teelt.”

Op alle fronten worden de banden versterkt

Wat staat er op de korte termijn nog meer op de SBB-agenda? “De krachtenbundeling die aan onze organisatie ten grondslag ligt, maakt dat we allerlei schaalvoordelen kunnen benutten”, antwoordt André Timmermans. “Een deel van de medewerkers op het hoofdkantoor in Zoetermeer houdt zich bezig met arbeidsmarktonderzoek. De inzichten die dat oplevert, vertalen we naar adviezen richting scholen en leerlingen. Wij stellen bijvoorbeeld de bijsluiters samen die scholen aan leerlingen en hun ouders uitreiken ter ondersteuning bij de schoolkeuze. In de toekomst zullen we meer producten ontwikkelen die zich op deze doelgroep richten, ook via internet. Nu al beheren wij websites als stagemarkt.nl, beroepeninbeeld.nl, kansopwerk.nl en kansopstage.nl. Een ander project dat we willen opzetten, houdt verband met het ondersteunen van nieuwe en ervaren praktijkbegeleiders in leerbedrijven, bijvoorbeeld via e-learning en regionale bijeenkomsten; dit allemaal om de kwaliteit van de stage- en leerwerkbanen te borgen. Internet biedt geweldige mogelijkheden voor het vergaren en verspreiden van kennis in ons werkveld. Er valt een krachtige mix te maken van persoonlijke contacten, regionale en sectorale informatiekanalen en online middelen. We willen de samenwerking op alle fronten versterken. Kortom, genoeg te doen! Maar tot 1 augustus hebben we eerst nog even onze handen vol aan het opleveren van een goed functionerende SBB-organisatie.”

Over André Timmermans
Sinds 1 januari 2015 is André Timmermans algemeen directeur van SBB, stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Gerrit Veneboer is directeur beleid van deze organisatie. In 2002 trad Timmermans toe tot de Raad van Bestuur van CWI, waar hij in 2008 de fusie heeft voorbereid tussen CWI en UWV tot UWV Werkbedrijf. Daar is hij tot zijn huidige functie algemeen directeur van geweest. Timmermans studeerde Arbeidsmarktpolitiek/Beroepskeuzeadvisering aan de Universiteit van Tilburg.

Tekst: Touché concept & copy
Foto: Jeroen van der Meyde