Vanuit de behoefte aan een systematiek voor formele erkenning van kennis en vaardigheden die mensen gedurende hun loopbaan opdoen - informeel leren - zijn twintig jaar geleden de eerste stappen op weg naar een EVC-stelsel gezet. Inmiddels doorlopen jaarlijks zo’n 17.000 mensen een EVC-traject. Het instrument is opgenomen in veel cao’s, in het aanbod van veel opleidingsfondsen en in het merendeel van de nu lopende sectorplannen. Het ervaringscertificaat levert onmiskenbaar een belangrijke bijdrage aan de vitaliteit van de Nederlandse arbeidsmarkt. Bovendien heeft het stelsel de tijd van de kinderschoenen achter zich gelaten. In de afgelopen jaren is hard gewerkt aan kwaliteit en toekomstbestendigheid.

“Van groot belang voor het werkelijk tot bloei komen van het EVC-stelsel was de oprichting in 2005 van de directie Leren & Werken van de gezamenlijke ministeries van Onderwijs, Economische Zaken en Sociale Zaken”, vertelt Tijs Pijls van het Kenniscentrum EVC. “De oprichting van deze directie hing samen met de in 2000 aangenomen Strategie van Lissabon, waarvan het doel was om van de EU de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld te maken. De Nederlandse regering koos er toen voor om EVC en combinaties van werken en leren - duale trajecten - fors te stimuleren. Daarmee groeide de behoefte aan grotere transparantie en eenduidigheid van de waarderingssystematiek, evenals aan een goed systeem voor beoordeling en borging van kwaliteit. De kwaliteitscode EVC zoals we die nu hanteren, is daar het resultaat van.”

Verbeterpunten

In 2012 besloot de minister van OCW dat het tijd was voor een herbezinning op het EVC-stelsel. Waarom?
“In de praktijk gaf het stelsel verschillende verbeterpunten te zien. Zo deed de Inspectie voor het Onderwijs een onderzoek naar vrijstellingen die werden verleend op basis van ervaringscertificaten. De conclusie luidde dat ondanks de kwaliteitseisen en ondanks de toezichthoudende rol van de overheid, de kwaliteit van de ervaringscertificaten op punten tekortschoot. Ook de professionaliteit van examencommissies bleek voor verbetering vatbaar. Daarnaast werd duidelijk dat de in de kwaliteitscode vastgelegde onafhankelijkheid van EVC-aanbieders de effectiviteit in de weg stond. Wat gebeurde er namelijk in de praktijk: zodra mensen een EVC-traject hadden doorlopen, zei de EVC-aanbieder dat ze naar een roc moesten gaan voor verzilvering. Maar bij veel roc’s kregen zij vervolgens nul op rekest. Zo eenvoudig bleek het helemaal niet te zijn om aantoonbaar verworven kennis en vaardigheden in een diploma of certificaat verzilverd te krijgen. Kandidaten moesten maar net het geluk hebben om tegen de juiste persoon aan te lopen die hen verder kon helpen. Veel vaker echter werden zij van het kastje naar de muur gestuurd.”

Zetten roc’s nu hun deuren open voor volwassenen?

Hoe verklaart Tijs Pijls dat veel roc’s de deuren gesloten hielden voor EVC-kandidaten? “Dat had twee redenen. In de eerste plaats had het oordeel van de Inspectie voor het Onderwijs dat examencommissies tekortschoten, hen huiverig gemaakt. Maar veel belangrijker nog: veel roc’s waren er helemaal niet op toegerust om volwassenen te bedienen, en al helemaal niet met maatwerk. Het bedienen van volwassenen met flexibele maatwerktrajecten vraagt om een andere bedrijfsvoering. Ook al waren roc’s ooit in het leven geroepen als onderwijscentrum voor jong en oud in de regio, zij hebben zich altijd vooral op jongeren en het aanbieden van initiële trajecten gericht. Langzaam maar zeker begint dat tij echter te keren. Dat is mede te danken aan de brief die de ministers van OCW en SZW in het najaar van 2014 naar de Tweede Kamer hebben gestuurd, waarin zij verklaren dat Leven Lang Leren en maatwerk voor volwassenen een speerpunt voor de komende jaren is. Meer dan ooit is er behoefte aan voortdurende bij-, om- en opscholing om de Nederlandse maatschappij verder te versterken en individuen in staat te stellen hun hele werkzame leven actief en productief te blijven. Het onderwijs leidt immers niet op voor een baan, maar voor een carrière. En hoe belangrijk een goede basis vanuit het onderwijs ook is, het leren en ontwikkelen stopt niet na de afronding van een initiële opleiding. Als reactie daarop onderzoeken veel roc’s of zij meer willen focussen op flexibel onderwijs voor volwassenen. Zeker ook omdat het aantal BBL-trajecten als gevolg van de crisis sterk is teruggelopen, is een nieuwe inkomstenbron bijzonder welkom. Indien roc’s inderdaad besluiten om volwassenen met maatwerk te bedienen, dan hoort EVC daar vanzelfsprekend bij. Daar ligt dan al een deel van de oplossing van het gesignaleerde probleem. Ook is het van belang dat EVC-aanbieders en roc’s een ketensamenwerking met elkaar aangaan om kandidaten optimaal te kunnen bedienen. Dan kunnen zij aan de voorkant van EVC-trajecten met elkaar in gesprek over wat zij van elkaar verwachten en wat de mogelijkheden voor verzilvering en maatwerk zijn. Kandidaten lopen dan niet meer het risico dat zij van het ene naar het andere roc worden gestuurd.”

Vraaggestuurd, flexibel en ruimte voor maatwerk

Over het resultaat van de herbezinning op het EVC-stelsel vertelt Pijls: “In samenspraak met betrokken ministeries en sociale partners is afgesproken om na 2015 een onderscheid te maken naar twee doelen die mensen kunnen hebben om een EVC-traject te doorlopen. Dat onderscheid is van belang om de verantwoordelijk voor de kwaliteit goed te kunnen beleggen. In de eerste plaats zijn er de EVC-trajecten voor volwassenen die een mbo- of hbo-diploma willen behalen. Via het EVC-instrument wordt dan eerst in kaart gebracht wat zij al kunnen. Het onderwijsaanbod wordt daar op afgestemd. De onderwijsinstelling moet dus in staat zijn om flexibel en vraaggericht onderwijs aan te bieden. In deze gevallen gaat EVC binnen de poort van de instelling plaatsvinden. Zo is kwaliteit gewaarborgd op grond van het toezicht door de Inspectie voor het Onderwijs.”

“In de tweede plaats zijn er de EVC-trajecten voor volwassenen zonder diplomadoel. Als een diploma niet het doel is, maar werknemers (en werkgevers) wel willen weten wat ze waard zijn ten opzichte van landelijke of branchestandaarden, dan kunnen ze een arbeidsmarktgerichte EVC-procedure uitvoeren. Dit inzicht kan bijdragen aan loopbaanontwikkeling, (duurzame) inzetbaarheid en mobiliteit en vergroting van hun loopbaanperspectief. Afgesproken is dat de verantwoordelijkheid voor deze categorie EVC-trajecten niet meer bij de minister komt te liggen. Sociale partners en EVC-aanbieders gaan met ondersteuning van het Kenniscentrum EVC aan de slag met de inrichting van een privaat kwaliteitssysteem voor validering op de arbeidsmarkt. Dat systeem moet na 2015 van kracht zijn, waarbij een onafhankelijk uitvoeringsorganisatie bepaalde taken zal krijgen. Sociale partners en overheden blijven betrokken via een op te richten EVC-Raad. Door de verantwoordelijkheid van het publieke naar het private domein over te dragen, is de verwachting dat de EVC-systematiek beter op de vraag van werkgevers en werknemers kan worden afgestemd. Niet het aanbod, maar de vraag is leidend. Er ontstaat meer ruimte voor maatwerk en voor een geïntegreerde aanpak van EVC en andere tools voor het valideren van leerresultaten. Het private stelsel kan worden bekostigd uit bijvoorbeeld de afdracht van EVC-aanbieders. Ook wordt nagedacht over een register voor ervaringscertificaten.”

Alleen de goede EVC-aanbieders zijn overgebleven

Wat betekent deze ontwikkeling voor het EVC Dienstencentrum van RBO? “In Nederland zien we het aantal EVC-aanbieders geleidelijk afnemen. Dat is geen probleem, zolang we maar een dekkend aanbod houden. Mede dankzij de kwaliteitscode EVC is het kaf van het koren gescheiden. De ‘cowboys’ hebben de markt verlaten; alleen de goede aanbieders zijn overgebleven. Zij leveren kwaliteit waar beoordelende organisaties hun hand voor in het vuur steken. Tegelijkertijd is het aantal EVC-trajecten gelijk gebleven, ondanks het feit dat allerlei stimuleringsmaatregelen zijn weggevallen. Kortom: evenveel werk, minder aanbieders. Dat biedt perspectief voor private partijen als het EVC Dienstencentrum, die EVC en andere valideringsinstrumenten zoals EVP (ervaringsprofiel) en ePortfolio aanbieden. Mijn advies aan hen is om met een breed palet aan valideringsinstrumenten te werken en om de ontwikkeling en professionalisering van het personeel in organisaties als vertrekpunt te nemen. Kies niet voor een vraaggerichte insteek. Wees adviseur en partner. Wat ik EVC-aanbieders eveneens aanraad, is om ketensamenwerking aan te gaan met roc’s die kiezen voor maatwerk voor volwassenen. Maak gebruik van elkaars expertise, zodat het verzilveringsproces goed verloopt. Zorg er wel voor dat je aanbod, ondanks het feit dat er minder aanbieders op de markt actief zijn, toegankelijk en bereikbaar blijft. En bovenal: profileer je op kwaliteit.”

Over Kenniscentrum EVC
In 2000 heeft van de minister van OCW aan CINOP - onafhankelijk adviesbureau op het gebied van leren, opleiden en ontwikkelen - de opdracht gegeven om het project Kenniscentrum EVC uit te voeren. Later is dit opdrachtgeverschap overgegaan naar de projectdirectie Leven Lang Leren. Doel was om het draagvlak te vergroten van EVC als effectief instrument ter bevordering van een Leven Lang Leren en duurzame inzetbaarheid van volwassenen op de arbeidsmarkt. Sinds 2014 is het Kenniscentrum EVC onderdeel van het Nederlands Partnerschap Leven Lang Leren (www.nplll.nl), eveneens opgericht in opdracht van het Ministerie van OCW. Ook het Nederlands kwalificatieraamwerk NLFQ en het European Credit System Vocational Education and Training (ECVET) - de twee andere instrumenten die vanuit Europa naar voren worden geschoven voor het stimuleren van duurzame inzetbaarheid - zijn in NPLLL ondergebracht. Het Kenniscentrum EVC verzamelt en verspreidt kennis op het gebied van EVC en is overlegpartner van werkgevers, werknemers, sectoren, overheden en opleidingsorganisaties, met name waar het gaat over validering, kwaliteit en maatwerk.
Over Tijs Pijls
Tijs Pijls studeerde Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Sinds 1999 is hij als managing consultant werkzaam bij CINOP. In die functie is hij betrokken bij projecten voor het onderwijs, bedrijfsleven en (semi)overheid op het gebied van duurzame inzetbaarheid en Leven Lang Leren. Pijls is coördinator van het Kenniscentrum EVC. Vanuit het Partnerschap Leven Lang Leren is hij werkzaam voor het NCP NLQF en betrokken bij de ECVET-pilots (flexibel maatwerk voor volwassenen). Hij begeleidt en ondersteunt organisaties bij de invoering van NLQF en ECVET.
Over EVC Dienstencentrum
EVC Dienstencentrum is opgericht door RBO en biedt complete dienstverlening op het gebied van EVC: van individuele trajecten tot grootschalige projecten voor bedrijven of organisaties. EVC Dienstencentrum denkt met opdrachtgevers mee over de strategische rol die EVC kan vervullen in organisatie- en HR-doelen. EVC Dienstencentrum is actief in heel Nederland voor de meest uiteenlopende sectoren. Opdrachtgevers zijn onder andere kenniscentra, O&O-fondsen en arbeidsmarktregio’s. EVC Dienstencentrum heeft in 2010 als een van de eerste EVC-aanbieders in Nederland een driejarige erkenning behaald, die in 2013 is verlengd met nog eens drie jaar. Daarnaast is EVC Dienstencentrum gecertificeerd volgens ISO 9001:2008. 

Tekst: Touché concept & copy
Foto: Brandwijk Fotografie