Een belangrijke partner in de totstandkoming van het sectorplan ‘Groningen op voorsprong’ was werkgeversorganisatie VNO-NCW Noord. Belangrijk, niet alleen omdat voor een sectorplan nu eenmaal de handtekening van sociale partners is vereist, maar vooral omdat de daadwerkelijke vraag vanuit werkgevers in de arbeidsmarktregio richtinggevend was voor de planopzet. Voor deze insteek is gekozen om te waarborgen dat de gelden zo effectief en efficiënt mogelijk worden benut. Sjoerd Wind, die zich als manager belangenbehartiging bij VNO-NCW Noord bezighoudt met onderwijs en arbeidsmarkt in de noordelijke provincies, vertelt hoe de werkgeversvraag is geïnventariseerd. Ook legt hij uit waarom het sectorplan zo belangrijk is om de belofte die in de woorden ‘Groningen op voorsprong’ besloten ligt, te kunnen realiseren.

"De koploperpositie van Groningen in vergrijzing is mooi materiaal voor een sterk Gronings exportproduct."

“Een sectorplan voor een arbeidsmarktregio en de reguliere sectorplannen voor sectoren verschillen onder andere qua financieringsgrondslag van elkaar. Cofinanciering van sectorplannen in die laatste categorie komt voort uit opleidingsfondsen van de betreffende sectoren; zogeheten paritair geld. Er is voor werkgevers en werknemers dus geen sprake van een eigen bijdrage. Voor ‘Groningen op voorsprong’ geldt evenwel dat werkgevers het niet-subsidiabele deel van trajecten zelf moeten bekostigen. Het verschilt per maatregel of activiteit hoe groot dat aandeel is. Ga maar uit van rond de 50 procent. Op de website www.snn.eu/opvoorsprong zijn de exacte percentages te vinden.”

Maatwerk verklaart succes

“Deze eigen bijdrage was reden temeer om doelstellingen en maatregelenpakket zo gericht mogelijk op de concrete vraag van werkgevers af te stemmen. Dat verklaart tegelijk het nu al grote succes van ‘Groningen op voorsprong’: werkgevers vinden hier precies wat zij nodig hebben. Er wordt aangesloten op de opleidings- en ontwikkelingsplannen die zij al hadden. Met als voordeel dat zij een substantieel deel van de kosten vergoed krijgen of - beter nog - ruimte krijgen om hun investeringsvolume te vergroten. Voor het in kaart brengen van de marktvraag hebben wij het Breuer Institute in Groningen ingeschakeld. Adviseur Jan Nap van dit bureau is voor ons de boer opgegaan en heeft bij bedrijven in vrijwel alle sectoren gevraagd welke plannen zij hebben en wat zij daarvoor nodig hebben. Ook de noordelijk georiënteerde branches, de provincie en VNO-NCW Noord hebben input geleverd. Zo kregen we een beeld van de aard en schaal van de vraag. Die kennis hebben we in nauw overleg met het ministerie vertaald naar een samenhangend pakket van generieke maatregelen. Voorwaarde die de minister stelde, was dat het sectorplan voor elk bedrijf en elke organisatie, ook in sectoren die niet in de inventarisatie zijn meegenomen, een herkenbaar en bruikbaar aanbod bevatte. En dat doet dit sectorplan dan ook. In elke organisatie spelen vraagstukken op het gebied van oudere werknemers, instroom, opleidingsniveau, gezondheid en loopbaanontwikkeling van medewerkers binnen of buiten het bedrijf of de sector. Elke organisatie moet een adequaat antwoord zien te vinden op de maatschappelijke en technologische ontwikkelingen die zich in een ongekend hoog tempo voltrekken.”

Groningse uitdagingen: geen bedreigingen, maar kansen

Specifieke uitdagingen waar de arbeidsmarktregio Groningen mee te maken heeft, zijn vergrijzing en een gemiddeld laag opleidingsniveau. Welke slinger moet het sectorplan hieraan geven?

Sjoerd Wind: “De indruk wordt gewekt dat vergrijzing een bedreiging is. Maar in deze regio, die koploper in vergrijzing is, stellen wij juist dat vergrijzing kansen biedt. Heel Nederland krijgt er uiteindelijk mee te maken. Groningen kan daarom een mooie rol als proeftuin vervullen. Hoe geven we vorm aan duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers? Hoe zorgen we dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen? Hoe kunnen we die vraag combineren met het gegeven dat we in het aardbevingsgebied toe moeten naar nieuwe bouwconcepten? Hoe richten we de fysieke en technologische zorginfrastructuur in? En hoe verbinden we onze duurzaamheidsdoelen aan deze opgaven? Door voor dit soort vragen innovatieve oplossingen te testen en uit te werken, ontwikkelen wij een prachtig exportproduct. Zo buigen we een ogenschijnlijke achterstand om naar voorsprong.”

Investeren in kennis en innovatiekracht als voorwaarde

“Maar daar is wel veel kennis en innovatiekracht voor nodig. En dat is precies waar het bij het zittende personeel van bedrijven nu nog aan ontbreekt. Het sectorplan voorziet in de versnelling die nodig is om noodzakelijke transities op eigen kracht te kunnen maken. Mede daarom is het zo belangrijk dat het plan over de grenzen van sectoren heen kijkt. Er gaan nieuwe vragen en daarmee nieuwe werkgelegenheid ontstaan. Het sectorplan beoogt het gemiddelde opleidingsniveau, de mobiliteit en de gezondheid van personeel versneld op een hoger plan te krijgen. Of het beschikbare geld en de looptijd van twee jaar daarvoor voldoende zijn? Het zou natuurlijk jammer zijn als aanvragen op een gegeven moment moeten worden afgewezen. Anderzijds is het nooit goed om een subsidiestroom eindeloos voor te zetten. Dit pakket moet voorlopig genoeg zijn om na de recessie de deur naar voorsprong open te zetten.”

Tekst: Touché concept & copy
Foto: Jan Buwalda

Sectorplan 'Groningen op voorsprong'

Op 1 februari dit jaar is het sectorplan ‘Groningen op voorsprong’ van start gegaan voor de arbeidsmarktregio Groningen (provincie Groningen en de vier Noord-Drentse gemeenten Assen, Tynaarlo, Noordenveld en Aa en Hunze). Tot eind januari 2017 kunnen bedrijven, instellingen en overheden een beroep doen op gelden die het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beschikbaar heeft gesteld. Deze zogeheten Asschergelden - een kleine 18 miljoen euro - voorzien in cofinanciering van investeringen die werkgevers doen in de arbeidsmobiliteit van hun werknemers, duurzame inzetbaarheid en instroom van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Met de investering van werkgevers en vakbonden van 27 miljoen euro komt het totale budget van ‘Groningen op voorsprong’ uit op 45 miljoen euro. Doel van het sectorplan is om de nadelige effecten van de crisis te compenseren, om de werkgelegenheid te versterken en om te komen tot een toekomstbestendige regionale arbeidsmarkt. Kansen om op voorsprong te komen liggen er. Het sectorplan voorziet de regio in extra armslag om die kansen te benutten.

Het sectorplan is een coproductie van het ministerie, werkgevers- en werknemersorganisaties, provincie, gemeenten en bedrijven en instellingen in de arbeidsmarktregio. De regeling wordt uitgevoerd door het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN). Subsidiabele activiteiten zijn onder andere:

* om- en bijscholing van personeel
* toekomstgerichte scholing met een focus op de kanssectoren bouw, energie en chemie
* bbl-banen voor jongeren
* instroom van kwetsbare medewerkers
* EVC-trajecten (erkenning van verworven competenties)
* inzet van oudere werknemers als coach en leermeester
* gezondheidschecks en -adviezen
* loopbaanchecks en -adviezen
* sollicitatietrainingen
Daarnaast wordt een deel van het geld aangewend voor onderzoek en innovatie.

‘Groningen op voorsprong’ is sectoroverstijgend. Scholings- en ontwikkelingsactiviteiten die al onder een sectorplan van een branche vallen, komen niet voor subsidie in aanmerking, evenmin als wettelijk verplichte opleidingen. Bij ‘Groningen op voorsprong’ gaat het vooral om vakspecifieke in plaats van bedrijfsspecifieke vaardigheden. Het merendeel van de subsidiabele trajecten valt onder de Subsidieregeling Onderneming en arbeidsmarkt. Voor trajecten die zich richten op mobiliteit, duurzame inzetbaarheid en gezondheid van personeel kunnen werkgevers bij het in september geopende Mobiliteitscentrum terecht (zie het interview met Carolien Doesburg).