Met de invoering van de Participatiewet is de infrastructuur rond kwetsbare jongeren er heel anders uit komen te zien. Voor werk en inkomen is deze groep nu afhankelijk van de gemeente. Instroom in de sociale werkvoorziening is een stuk minder vanzelfsprekend geworden en alternatieve voorzieningen zijn er niet. Het merendeel van deze jongeren wordt tegenwoordig als gewone werkzoekende beschouwd. Ondertussen is ook de arbeidsmarkt zelf aan verandering onderhevig; het ziet ernaar uit dat de vraag naar laaggeschoolde arbeidskrachten de komende decennia alleen maar kleiner wordt. Een forse uitdaging voor de arbeidsmarktregio Groningen, waar een tekort van 50.000 banen is en waar de groeiende groep kwetsbare jongeren allerminst vooraan in de rij staat.

Ontschotting is de sleutel naar een sluitende aanpak; buitensluiten is geen optie

Duurzame oplossingen worden daarom gezocht in krachtenbundeling en kortere lijnen tussen alle betrokken partijen. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor onderwijsinstellingen, in het bijzonder PrO/VSO-scholen en ROC’s. ‘Samenwerken loont!’ is het motto en met verschillende projecten wordt daar inmiddels concreet vorm aan gegeven. Het leek RBO een goed idee om de samenwerking nog wat extra kracht bij te zetten en twee vertegenwoordigers namens overheid en onderwijs met elkaar in gesprek te laten gaan over de aanpak rond de doelgroep kwetsbare jongeren. RBO is nauw bij het thema betrokken als uitvoerder (samen met een collegabedrijf) van de projectleiding en projectadministratie van de ESF-projecten Werk in Zicht en PrO/VSO Noord.

Sluitende aanpak wordt al tijdens schoolcarrière opgestart

Wat moet er volgens Pieter Nammensma, programmamanager Werk in Zicht, en Sipko Biemold, voorzitter PrO/VSO Noord, gebeuren en veranderen om ervoor te zorgen dat ook deze doelgroep aan het werk komt?

Nammensma: “In het Sociaal Akkoord hebben werkgevers, vakbonden en overheid afgesproken dat er de komende jaren 125.000 afspraakbanen komen voor mensen die door een arbeidsbeperking niet in staat zijn om zelfstandig 100 procent van het minimumloon te verdienen. Daarmee zijn echter nog lang niet alle mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt geholpen.”

Biemold: “En zeker voor de doelgroep waar we het nu over hebben, geldt dat zij slecht matchen met reguliere afspraakbanen.”

Nammensma: “Dat maakt het extra belangrijk dat werkgevers niet uitsluitend denken vanuit vacatures, maar vooral kijken naar beschikbaar werk. Bovendien richten we ons bij Werk in Zicht zowel op schoolverlaters van PrO/VSO, als op jongeren die nog op school zitten. Daartoe hebben we het project ‘Route Arbeid’ opgezet. Al tijdens hun schoolcarrière stellen PrO/VSO-leerlingen vanaf 15 jaar en hun ouders samen met school, gemeente en UWV één plan op voor de beste route naar werk. Door de netwerken van deze organisaties al in dit vroegtijdige stadium te combineren, neemt de kans op werk stevig toe, zo is onze overtuiging.”

Groot besef van collectieve verantwoordelijkheid als vertrekpunt

Biemold: “Voor onderwijsinstellingen betekent de gewijzigde context dat zij veel nadrukkelijker moeten kijken naar wat relevant is in relatie tot de arbeidsmarkt. De tijd dat deze jongeren gemakkelijk konden worden doorgesluisd naar de Sociale Werkvoorziening en er op school weinig aandacht aan werknemersvaardigheden hoefde te worden besteed, is voorbij. Ik betreur dat niet, ik vind het een mooie ontwikkeling. Om een betere aansluiting op werk te kunnen realiseren, moeten betrokken instanties één wereld worden.”

Nammensma: “Dat is precies wat we met ‘Route Arbeid’ proberen te doen.”

Biemold: “Het is redelijk uniek hoe wij dit met elkaar organiseren, dat we het vraagstuk vanuit een collectieve verantwoordelijkheid benaderen. Alle partijen zitten eens in de zes weken met elkaar rond de tafel. In het begin was dat even wennen. We moesten allemaal uit onze eigen cocon stappen om het grotere belang te kunnen zien en vervolgens te kunnen dienen.”

Nammensma: “Werkgevers hebben een grote verantwoordelijkheid, maar het mag duidelijk zijn dat we niet alles op hun bord kunnen schuiven. Bij Werk in Zicht kiezen we daarom voor een zeer actieve werkgeversbenadering. Op verschillende manieren zorgen we dat we weten waar de markt precies behoefte aan heeft.”

Er is een brug te slaan tussen schoolbaar en leerbaar

Biemold: “Ook hanteren we een volgsysteem voor schoolverlaters van PrO/VSO, zodat zij niet van onze radar verdwijnen. Deze leerlingen gaan namelijk niet per definitie naar een vervolgopleiding. Voor veel van hen geldt dat zij geen startkwalificatie hebben en geen uitkering aanvragen. Om te voorkomen dat zij uiteindelijk in ongewenste, maatschappelijk zeer kostbare circuits weer opduiken, is het beter om ze aan de voorkant in beeld te hebben. Dan zijn we met elkaar beter in staat om een sluitende - lees: preventieve - aanpak te creëren en ze direct na PrO/VSO op de juiste route te zetten. Niet alleen voor PrO/VSO-scholen is dit een uitdaging, maar voor ROC’s eveneens. Ook voor hen is het noodzakelijk dat zij tot een andere ‘mindset’ komen en veel meer aandacht besteden aan de aansluiting op de arbeidsmarkt. Voorheen stroomden leerlingen meestal wel door naar niveau 1 of 2, maar als zij de verplichte taal- en rekentoets niet halen, rest alleen nog de stap naar de arbeidsmarkt. Het is een misverstand om te denken dat een startkwalificatie voor iedereen is weggelegd. Tegelijkertijd betekent het niet dat je zonder startkwalificatie bent uitgeleerd. Er is beslist vraag naar mensen die weliswaar geen diploma hebben, maar die wel ergens goed in zijn. Voor de onderwijssector is het zaak om daar beter op in te spelen.”

Nammensma: “Er is inderdaad nog een flinke brug te slaan tussen hoe lang iemand schoolbaar is en hoe lang iemand leerbaar is. De financieringsmethodiek in het onderwijs is wat dat betreft een sta-in-de-weg. Mbo-scholen worden beloond op basis van inschrijven en afleveren. Maar dat betekent niet automatisch dat er werk is. Voor een deel van de leerlingen is het waarschijnlijk beter dat zij eerder uit de schoolbanken worden gehaald en dat zij verder leren in de praktijk, bijvoorbeeld via een stage.”

Ophouden met knuffelen en pamperen

Nammensma: “Daarnaast is het belangrijk dat werkgevers een omslag in hun denken maken, dat zij beseffen dat maatschappelijk verantwoord ondernemerschap ook op kwetsbare groepen van toepassing is. Er moet nog veel gerichter worden gestuurd op social return on investment. Veel grotere werkgevers hebben de stap al gemaakt. Zij zijn enthousiast en ervaren het als een verrijking van hun werkgeverschap en hun organisatie.”

Biemold: “Het is in het belang van de hele maatschappij dat kwetsbare groepen niet langs de kant staan. Iedereen heeft er recht op om mee te doen. Het levert een mooiere samenleving op als je dat voor elkaar krijgt. Te lang zijn kwetsbare groepen weggestopt in werkplaatsen en zorgboerderijen. Ik maak me al jaren hard voor een zo reguliere mogelijke deelname. Dat is namelijk win-win: voor de mensen zelf en voor de maatschappij. De meeste mensen houden er helemaal niet van om gepamperd te worden en als ‘speciaal’ te worden behandeld. Als je mensen op voorhand afschrijft, weet je zeker dat ze een leven lang afhankelijk blijven van een uitkering. Kijk eens wat dat kost!”

 Nammensma: “Bovendien moeten we naar de toekomst kijken. Daar ligt nog een extra grote uitdaging op ons te wachten. Voortschrijdende technologie gaat gepaard met verlies van laaggeschoolde arbeid. Het is de kunst om de arbeidsmarkt zo te innoveren dat er voor iedereen een fatsoenlijk bestaan gewaarborgd kan blijven. De jongeren van nu zijn tenslotte wel de deelnemers van over twintig jaar.”

Biemold: “Het is heel lastig om te bepalen wat precies nodig is om daar adequaat op voor te sorteren. Maar wat ik wel weet, is dat we als onderwijssector stukken minder terughoudend moeten zijn. Er gebeuren zeker al mooie dingen, maar scholen zijn in mijn optiek nog altijd te behoudend. We moeten beter kijken naar wat werkgevers nodig hebben en een einde maken aan de knuffelcultuur. Scholen mogen niet langer bedoeld zijn om leerlingen te toetsen, selecteren en determineren, maar bovenal om ze kansen aan te reiken.”

Nammensma: “Dat is ook de omslag waar Werk in Zicht op inzet: van zorgen voor naar zorgen dat.”

Over Pieter Nammensma

Pieter Nammensma is werkzaam bij de gemeente Groningen en aangesteld als programmamanager Werk in Zicht. Tot 2014 was hij hoofd van het accountteam van de gemeente Groningen en had hij de opdracht om Social Return on Investment vorm te geven. In 2013-2014 was hij directeur van Iederz (sociale werkvoorzieningschap van Groningen), nadat hij zich voor deze organisatie had beziggehouden met de ontwikkeling van nieuwe activiteiten, marketing en samenwerking met het bedrijfsleven. Voor Nammensma bij de gemeente Groningen in dienst trad, was hij achttien jaar werkzaam bij commerciële bedrijven zoals Arcadis en Grontmij.

Over Sipko Biemold

Sipko Biemold is directeur van Portalis Onderwijs en Arbeidstoeleiding, een school voor speciaal voortgezet onderwijs voor leerlingen die zijn geplaatst in Het Poortje Jeugdinrichtingen in Groningen en Veenhuizen of bij het behandelcentrum Woodbrokers in Kortehemmen. Daarnaast maakt hij deel uit van de projectgroep ‘Route Arbeid’ van Werk in Zicht en is hij voorzitter van PrO/VSO Noord. Hiervoor was hij achtereenvolgens locatiemanager van de Portalis-locaties in Veenhuizen en Groningen. Hij startte zijn loopbaan als onderwijzer in het basisonderwijs.

Over Werk in Zicht

Werk in Zicht is verbonden met de arbeidsmarktregio Groningen. Gemeenten in de provincie Groningen en Noord-Drenthe (totaal 27 gemeenten), UWV en SW-bedrijven werken hierin samen met vijftien onderwijsinstellingen, vakbonden, werkgeversorganisaties en dienstverleners. Werk in Zicht voert wettelijke taken uit en ontwikkelt duurzame oplossingen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Er wordt onder andere samengewerkt op het gebied van de invulling van afspraakbanen, werkgeversondersteuning, aansluiting onderwijs - arbeidsmarkt en jeugdwerkloosheid. Deze actiegerichte samenwerking wordt ondersteund door de provincie Groningen, het Rijk en het Europees Sociaal Fonds. Voor 2016 zijn de doelen gesteld op: 60% van de werkgevers uit de kanssectoren zijn verbonden, 50% van de PrO/VSO- en RENN-4-leerlingen stromen door naar school of arbeid, realisatie van 935 afspraakbanen en 260 jongeren aan het werk. Meer informatie: www.werkinzicht.nl.

Tekst: Touché concept & copy
Fotografie: Jan Buwalda