In verschillende sectoren zijn de afgelopen tijd pilots gedaan op het gebied van ECVET, een nieuw instrument voor de validering van werkervaring en leerresultaten. Het is een Europees systeem waarvan de afkorting staat voor European Credit System for Vocational Education and Training. Na overleg met het Nederlands Partnerschap Leven Lang Leren (NPLLL) heeft OTIB, het O&O-fonds voor het technisch installatiebedrijf, ook zo’n pilot in gang gezet bij het landelijk opererende en ruim honderd medewerkers tellende ITN Installatietechniek in Ede. De pilot, waarvan de coördinatie en beoordeling worden verzorgd door RBO en EVC Dienstencentrum, zal naar verwachting tegen de zomer worden afgerond.

Vraag van werkgever en scholing op maat zijn vertrekpunt van EVC

“Het Ervaringscertificaat - EVC - is al vele jaren een speerpunt in onze organisatie”, vertelt projectmanager Michel Willems van OTIB. “Wij vinden het belangrijk om als O&O-fonds koploper te zijn bij de beproeving en invoering van tools die bijdragen aan de ontwikkeling van bedrijven en hun medewerkers. Toen Tijs Pijls van het Nederlands Partnerschap Leven Lang Leren mij vertelde dat hij nog op zoek was naar een technische branche voor een ECVET-pilot, waren wij daar gelijk voor te porren. Bij OTIB willen we graag weten of de opbrengst ervan voor onze hele sector van waarde kan zijn.”

Maatwerk-EVC

Michel Willems spreekt overigens liever van Maatwerk-EVC dan van ECVET. “ECVET is geen lekker communiceerbare naam”, vindt hij. “Maatwerk-EVC sluit beter aan op het karakter van het instrument. De ontwikkeldoelen die de werkgever voor ogen heeft, vormen namelijk het vertrekpunt voor wat er precies binnen het bedrijf wordt gecertificeerd. Bij EVC zijn het doorgaans de opleidingsstandaarden die als uitgangspunt worden genomen. Daarmee biedt Maatwerk-EVC een waardevolle aanvulling op EVC in het valideringsinstrumentarium.”

Korte lijn met onderwijs

De pilot bij ITN Installatietechniek is een mooi voorbeeld van hoe dit maatwerk tot uiting komt. “Allereerst is een inventarisatie gemaakt van waar ITN precies behoefte aan had”, vertelt Atty van der Mark, die namens RBO als EVC-adviseur voor OTIB werkzaam is. “Hoofdvraag van ITN was: wij hebben behoefte aan een nulmeting van ons personeelsbestand. Waar staan onze medewerkers in verhouding tot waar we als bedrijf naartoe willen. In een projectgroep met ITN, OTIB, het Nederlands Partnerschap Leven Lang Leren en EVC Dienstencentrum hebben we vervolgens zogenoemde certificeerbare eenheden vastgesteld voor de verschillende functietypes en -niveaus binnen het bedrijf. Ook MBO Amersfoort heeft vanaf het begin zitting gehad in deze projectgroep. Het is tenslotte van groot belang dat een opleidingsinstituut een aanbod kan samenstellen dat aansluit op de opleidingsvragen die na de certificering uit de bus rollen. Men moet uit de voeten kunnen met de verschillende kwalificaties, de certificeerbare eenheden, waarvan de werkgever het belangrijk vindt dat medewerkers daar aantoonbaar aan voldoen.”

Validering van ervaring past bij leerklimaat van ITN

ITN nam graag aan de pilot deel. Personeelsmanager Carola Kiezenberg: “Met onze ITN Academy zetten we actief en doelgericht in op scholing van medewerkers. Al een aantal jaren zijn we met hen in gesprek over het feit dat de maatschappij verandert, dat er een verschuiving gaande is van ‘life time employment’ naar ‘life time employability’. Bovendien zijn wij een ambitieus bedrijf, wij willen tot de beste in de sector behoren. Permanente ontwikkeling is daartoe voorwaarde nummer één. In onze dynamische sector volgen nieuwe technologieën en vragen vanuit de markt elkaar in hoog tempo op. Daarom zijn we ook in de economisch mindere jaren in scholing blijven investeren. Er heerst hier nu een echte leercultuur. De medewerkers willen graag vooruit en zijn zich bewust van hun eigen verantwoordelijkheid daarin. Dat was ook weer goed te merken toen we hen vertelden over deze pilot. Er werd best een grote inspanning van ze verlangd, maar iedereen is er enthousiast en voortvarend mee aan de slag gegaan. Men beseft heel goed dat je dit niet voor je baas, maar primair voor jezelf doet. Als werkgever pluk je vroeg of laat de vruchten van goed werkgeverschap, zo kunnen wij uit ervaring zeggen. Goede werkgevers hebben toegang tot goede werknemers en andersom.”

Snelle procedure

EVC Dienstencentrum is inmiddels druk bezig met het beoordelen van wat de medewerkers van ITN hebben aangeleverd. Ineke Brouwer, senior adviseur bij RBO / EVC Dienstencentrum: “Aan de hand van de certificeerbare eenheden die voor de functies zijn gedefinieerd, hebben we aan elke medewerker een soort boodschappenlijst gegeven. Wij hebben ze gevraagd een portfolio te vullen met bewijzen van wat zij weten en kunnen, bijvoorbeeld ervaringsverslagen, gemaakte revisietekeningen, opgestelde planningen en meerwerkbonnen. Anders dan bij een EVC-traject komt hier geen portfoliobegeleider aan te pas; medewerkers gaan zelf met de boodschappenlijst aan de slag. De procedure verloopt daardoor sneller dan bij een EVC-traject.”

“Onze assessoren beoordelen deze stukken, gaan met de medewerkers in gesprek en observeren hen tijdens hun werk. Vervolgens leggen zij per certificeerbare eenheid het resultaat vast en koppelen daar, indien nodig, een ontwikkeladvies aan. In deze fase ging het om 34 monteurs op verschillende niveaus. Binnenkort gaan we verder met nog eens 10 werkvoorbereiders.”

Je moet kunnen bewijzen wat je weet en kunt

Carola Kiezenberg: “Onze monteurs hebben allemaal een diploma op niveau 2, 3 of 4. Maar sinds zij van school zijn gekomen, hebben zij in de praktijk allerlei nieuwe kennis en vaardigheden opgedaan en zijn zij op een hoger niveau terechtgekomen zonder dat daar een diploma tegenover staat. Een mooi voorbeeld is een monteur die vorig jaar bij ons in dienst is gekomen. Hij had een diploma voor assistent-monteur, maar had bij zijn vorige werkgever al geruime tijd als eerste monteur gewerkt. Alleen kon hij daar geen bewijs van overleggen. En dat is precies waar het om draait bij EVC en ook deze pilot; als je solliciteert, moet je kunnen aantonen wat je waard bent. Alleen maar zeggen dat je bepaalde dingen kunt en weet, is niet genoeg. Onze medewerkers zijn dan ook heel blij met hun portfolio: het is compleet en actueel en toekomstige bewijsstukken laten zich er gemakkelijk aan toevoegen.”

Betere aansluiting nodig tussen vraag en aanbod in volwassenenonderwijs

Over het vervolg vertelt Atty van der Mark: “De rapportage van de pilot is nog niet klaar, maar grote kans dat voor meerdere medewerkers een ontwikkeladvies uit de resultaten voortkomt. Bij ITN hebben veel medewerkers namelijk de wens om op een hoger niveau te komen. Zij zullen dan een korte of uitgebreidere opleiding nodig hebben om voor specifieke eenheden op het certificeerbare niveau te komen. Ook voor dit vervolgtraject dragen ik en mijn collega-OTIB-adviseurs bij aan het in gang zetten van de scholingstrajecten en de subsidieaanvragen bij OTIB.”

“Het huidige onderwijsaanbod voor volwassenen is een tweede belangrijke reden waarom wij aan de pilot wilden deelnemen”, zegt Carola Kiezenberg. “Het is niet altijd eenvoudig om onderwijs te vinden dat aansluit op onze vraag. Werknemers moeten bijvoorbeeld vakken volgen waar zij niets mee kunnen of zij komen in een klas terecht met alleen maar jongeren. Er is nog onvoldoende sprake van maatwerk voor werkenden. Bij ITN hopen we daarom dat ECVET - of Maatwerk-EVC zo je wilt - een impuls geeft aan de onderwijssector om het bedrijfsleven gerichter te bedienen en beter aan te sluiten op de huidige dynamiek van de arbeidsmarkt.”

Atty van der Mark: “Het uiteindelijke doel is dat er een landelijke database voor alle certificeerbare eenheden tot stand komt met een daarop toegesneden onderwijsaanbod voor volwassenen. En dan is het te hopen dat meer ROC’s er serieus mee aan de slag gaan.”

Carola Kiezenberg: “Dit is natuurlijk niet alleen op landelijk niveau belangrijk. ECVET is een Europees systeem, dus ook over landsgrenzen heen speelt dit vraagstuk. Het moet gemakkelijker worden om beroepsonderwijs en  kwalificaties van mensen uit andere landen op hun waarde te beoordelen.”

OTIB overweegt branchebrede inzet

Tot slot nog even terug naar OTIB: wat wordt daar met de uitkomsten van de pilot gedaan? Michel Willems: “Die gaan we evalueren en vervolgens beoordelen we of het instrument inderdaad branchebreed kan worden aangeboden: voldoet het inhoudelijk en strategisch aan onze wensen en wat betekent een brede aanpak ervan in organisatorische en financiële zin. Ik verwacht dat we daar voor 2017 een besluit over nemen. Ik ben er in ieder geval heel blij mee dat de pilot bij ITN Installatietechniek is uitgevoerd. Zowel vanwege de enthousiaste wijze waarop de pilot daar is opgepakt als vanwege de verschillende functies en niveaus die erin betrokken zijn. Er is een breed scala aan certificeerbare eenheden geformuleerd. Voor ongeveer een kwart daarvan geldt dat zij ITN-gerelateerd zijn, maar voor het merendeel hebben zij betrekking op de in onze branche meest voorkomende werkzaamheden. Dat verschaft ons een goed beoordelingskader en wellicht een mooie basis voor de inzet van het instrument bij andere bedrijven in de sector.”

Tekst: Touché concept & copy
Fotografie: ITN Installatietechniek